50 JAAR DWARSLOPEN:
50 PORTRETTEN VAN VRIJE HOGESCHOOL ALUMNI

Hannah Chris Lomans

Hannah Chris Lomans (1994) is schrijver en programmamaker. Hen studeerde in 2017 af aan Creative Writing ArtEZ met de experimentele novelle Een mensvormig gat, en houdt van teksten die zich niet laten vangen in een genre. Hen zat in 2012-2013 op de Vrije Hogeschool, en woont in Arnhem.

Hoe zichtbaarder je bent, hoe meer rotzooi je over je heen krijgt.

Interview door Dorien Voskuil

Hannah Chris Lomans woont in Arnhem. De stad die als een van de eerste in Nederland een regenboogvlag-zebrapad met LHBTQIA+verkeerslicht plaatste. Toch is de weg, voor iemand met een non-binaire genderidentiteit, allesbehalve geplaveid. Dat ervaart Hannah Chris dagelijks. Schrijven is voor hen een zoektocht naar zichzelf, een creatief proces en een bijdrage aan de emancipatie van queerness. 

Op een regenachtige Februari ochtend werd Hannah Chris, elf jaar oud, fietsend op weg naar school, aangereden door een vrachtwagen. Het was op een rotonde. Hannah Chris dacht dat de chauffeur remde, maar hij had Hannah Chris helemaal niet gezien.  

Ik viel zijwaarts, mijn voet zat vast aan mijn fiets en mijn fiets zat vast aan die vrachtwagen. Een meter of tien werd ik meegesleurd. Ik had pijn, dacht dat ik doodging. Een voorbijgangster bleef bij me tot de politie kwam. De ambulance liet lang op zich wachten. Ik lag op de spoedeisende hulp, versuft, in een hemdje, mijn kleding stuk geknipt. De dokter zei: ‘Je mag naar huis’. Ik had ernstige kneuzingen, liep een half jaar met krukken, maar hield er niets aan over. Het markeerde wel een einde aan mijn zorgeloosheid.

Hannah Chris groeide op in Ridderkerk-Rijsoord, in een mooi, groot, wit huis, dat een unieke plek was in een straat met verder alleen gewone rijtjeshuizen. Kort voor het ongeluk verruilde Chris de veilige omgeving van de basisschool in Rijsoord, voor een andere basisschool in hartje Ridderkerk. Daar kreeg hen voor het eerst te maken met onzekerheid, met wat andere mensen denken.  

Ik had het goed, was een open, vrolijk kind. Een dierbare periode, waarin het fijn was. Tot het niet meer zo fijn was.

In mijn werk als schrijver voelde ik mij al aangetrokken tot die fluïditeit.

Het Montessori Lyceum in Rotterdam was volgens Hannah Chris niet zo vrij als de naam doet vermoeden. Het was een gewone middelbare school, met alle regels die daarbij horen. Ik functioneerde, werkte hard, maar was niet gelukkig. Ik was als kind supergevoelig. Dat leerde ik daar af te schermen. Tijdens een les was ik eens samen met een klasgenoot op mijn mobiel aan het spelen. De lerares pakte hem af. Ik vond het zo oneerlijk, moest huilen. Die klasgenoot zei tegen me: ‘Je moet nu stoppen met huilen, anders gaan ze je de rest van het jaar uitlachen.’ Dat voelde onveilig.

Na een outdoorvakantie georganiseerd door vrienden van hun ouders ging het mis.  

Ik was een jaar of zestien. We waren in de Pyreneeën, een stoere vakantie, jongens onder elkaar. Ik voelde me koortsig, wilde niet meedoen. Toch liet ik me toch overhalen om intens enge dingen te doen, zoals canyoning. Ik ging over mijn grenzen. Eenmaal thuis kreeg ik angstaanvallen. Het ging bergafwaarts. Ik bleef een half jaar weg van school en onderging psychotherapie. Op school vertelde ik dat ik de ziekte van Pfeiffer had.

Door keihard werken maakte Hannah Chris hun school af, zonder vertraging en met goede cijfers. Om te laten zien dat hen het kon. Hen was goed in wis- en natuurkunde, overwoog die studierichting, maar koos voor het tussenjaar op de Vrije Hogeschool om even niet te hoeven presteren.

De Vrije Hogeschool was een heerlijke, veilige bubbel. Eindelijk voelde ik echte verbinding met anderen. De mensen waren open over wat ze meemaakten en bereid echt naar de ander te luisteren en zich in te leven. Daar ontdekte ik dat ik kon schrijven.

Hun schrijfdocent stimuleerde hen een schrijfopleiding te volgen. Hannah Chris werd aangenomen bij de Creative Writing opleiding van ArtEZ Hogeschool in Arnhem. Ook de beurzen die hen ontving na de opleiding, bevestigden hun in die keuze. Hen publiceerde onder de naam Chris Lomans een chapbook bij De Nieuwe Oost | Wintertuin en staat sinds kort onder contract bij De Bezige Bij. Schrijven is noodzaak geworden voor Hannah Chris. Hen kan niet anders, het moet. Hun non-binaire genderidentiteit is altijd, soms expliciet en vaak impliciet, aanwezig in hun schrijven.  

Mijn ontwikkeling als schrijver vond gelijktijdig plaats met het nadenken over mijn gender. In mijn werk als schrijver voelde ik mij al aangetrokken tot die fluïditeit. Tot het schrijven buiten de kaders van specifieke genres. Ik wist nog niet dat dat over mijn identiteit ging. Dat ik die fluïditeit ook zocht in relatie tot mijn gender. Tijdens een Buitenkunst-vakantie met vrienden van de Vrije Hogeschool voelde ik vervreemding als ik nieuwe mensen ontmoette. Ik stelde mijzelf toen nog voor als Christiaan. Iemand had mijn naam niet onthouden en verzon allerlei mannennamen voor me. Dat vond ik niet leuk. Ik miste mijn vriendin Marieke ontzettend en realiseerde me waarom dat was. Zij was de enige die mij niet zag als man, wat ik niet ben.

Die volledige openheid altijd voelen is een utopie.

Na die vakantie volgde een verhelderend gesprek met een goede kennis die non-binair is. Kort daarop droeg Hannah Chris tijdens een vakantie met Marieke, op een heuvel in de Franse bossen, voor het eerst een jurk. Marieke zocht een jurk voor me uit. We gingen naar buiten, wandelen. Het voelde fijn, vrij. Maar ook kwetsbaar en spannend.

In het schrijven heeft Hannah Chris een routine ontwikkeld. Iedere werkdag, na het ontbijt, steekt hen een kaars aan en gaat een uur zitten, niet meer en niet minder. Dan schrijft hen, speelt gitaar, leest of staart voor zich uit. Die dagelijkse structuur helpt me om bij die lichtheid en onbevangenheid te komen. Die volledige openheid altijd voelen is een utopie. Maar soms ben ik daar. Het is iets intiems wat ik dan laat zien aan de wereld.

Hannah Chris wil dat de lezer het op zichzelf betrekt. Hen krijgt positieve reacties. Maar soms schuurt het. Een subtiel maar illustratief voorbeeld is een recensie over mijn chapbook. Die recensie beschrijft feitelijk waar het over gaat en eindigt dan met: ‘De urgentie is helder, maar wat de lezer er mee moet, dat is de vraag.’ Het is boosmakend. Ervaringen van witte, cisgender, hetero mannen worden als universeel gezien. En alles wat daarbuiten valt, wordt gemarginaliseerd. Dat maakt machteloos. Er is veel mis met hoe de media schrijven over transgender en non-binaire mensen. Zeker de zogenaamde genderkritische stroming, die niets anders is dan onder welbespraaktheid verstopte transfobie.

In het dagelijks leven creëert Hannah Chris hun eigen cocons, met mensen waar hen zich volledig erkend voelt. Het is pijnlijk dat dat moet. Buiten die cocons word ik steeds weer geconfronteerd met onwetendheid en impliciete afwijzing. Het is de paradox van de toenemende representatie rondom genderidentiteit. Hoe zichtbaarder je bent, hoe meer rotzooi je over je heen krijgt. Maar die zichtbaarheid moet. Ik heb nog geen direct fysiek geweld meegemaakt. Misschien helpt het dat ik een groot lichaam heb, dat ik eruit zie alsof ik niet zomaar omver te duwen ben. 

Hannah Chris draagt een jurk en nagellak, het haar lang en los. Op de vraag of hen tevreden is met hun lichaam of liever een meer feminien uiterlijk zou hebben, haalt hen de schouders op.  

Het is zoals het is. Het verdriet en de pijn van al die tijd dat ik niet kon zijn wie ik ben, dat krijgt een plek. Ik kan steeds vaker bij de kracht, magie en euforie komen. Doordat ik ermee naar buiten durf te komen, groei ik langzaam naar de volgende stap. Ik wil in transitie. Dat is moeilijk, met een wachtlijst van tweeënhalf jaar voor een intakegesprek. Het is spannend, die fysieke manifestatie van iets wat ik graag wil, maar waarvan ik niet weet hoe het voelt. 

Meer portretten